"Het Friese Tuigpaard; graag gezien, veel gevraagd"

Documenten


Kampioenschapsvoorwaarden Nationaal 2024


Kampioenschapsvoorwaarden 2024, NATIONAAL

Voor alle onderstaande kampioenschappen geldt: “In geval van onvoldoende deelname aan een kampioenschap is het VFT-bestuur gerechtigd de kampioenschapsvoorwaarden aan te passen”.
 
ALGEMEEN
Een paard wat ook wel ‘over en weer’ gestart wordt op zowel nationale alsook regionale wedstrijden mag slechts aan één kampioenschap per discipline meedoen. Dus óf nationaal in de ereklasse óf regionaal in de ereklasse. Ditzelfde geldt ook voor de damesklasse. Daarnaast mag een tweespan ook niet in dezelfde samenstelling aan het regionale én nationale kampioenschap deelnemen, een rijder moet dan kiezen. Een paard mag wel in een andere samenstelling tweemaal starten in tweespankampioenschappen.
Met ingang van 2025 is deelname aan nationale rubrieken in enkelspan alleen toegestaan voor paarden van vijf jaar en ouder.
 
NIEUWELINGENCOMPETITIE:
Deelname staat open voor paarden die in voorgaande jaren nog geen enkele winstpunt in het enkelspan hebben behaald en die vier, vijf of zes jaar oud zijn.
Om een plaats in de finalewedstrijd te bemachtigen dient een paard in tenminste 70%* van de tot aan de finalewedstrijd uitgeschreven competitierubrieken te zijn geplaatst**.
Om in aanmerking te komen voor een plaats in de einduitslag is deelname aan de finalewedstrijd verplicht. Voor de einduitslag tellen de beste 70%* van de verreden competitiewedstrijden van een paard + de finalewedstrijd mee. Bij ex aequo in punten bij de einduitslag is de plaats behaald in de finalewedstrijd bepalend voor de klassering in de einduitslag.
 
EREKLASSE
In het ereklassekampioenschap mogen maximaal 10 ereklassepaarden meedoen. Dit zou aangevuld kunnen worden met limietpaarden, welke in het lopende groene seizoen minimaal 3x een nationale limietklasse hebben gewonnen. Om als ereklassepaard in aanmerking te komen voor een startplek moet het paard minimaal 70% van de voorafgaand aan het kampioenschap uitgeschreven wedstrijden in de nationale ereklasse rubriek zijn geplaatst**. De paarden worden eerst gerangschikt op aantal wedstrijden en dan op winstpunten. Wordt het aantal van tien te selecteren ereklassepaarden niet gehaald met bovenstaande criteria dan wordt het percentage dusdanig verlaagd tot er wel 10 ereklassepaarden aangewezen kunnen worden. Ook dan geldt: eerst de paarden met de meeste wedstrijden en dan pas rangschikken op winstpunten. Paarden die op basis van het verlaagde aanwezigheidspercentage aangewezen worden dienen echter wel te voldoen aan de ondergrenseis, te weten; het betreffende paard moet minimaal drie wedstrijden (niet zijnde promotieconcoursen) in de nationale ereklasse van het afgelopen groene seizoen hebben gelopen en daarbij uit de drie wedstrijden in totaal ook minimaal twee winstpunten hebben behaald. Bij een deelnemersaantal lager dan vier mag het kampioenschap niet doorgaan. Selectie geschiedt door het bestuur van VFT.
 
DAMESKLASSE:
In het dameskampioenschap mogen maximaal 10 paarden meedoen. Om in aanmerking te komen voor een startplek moet het paard minimaal 70% van de voorafgaand aan het kampioenschap uitgeschreven wedstrijden in de nationale damesklasse zijn geplaatst**. De paarden worden eerst gerangschikt op aantal wedstrijden en dan op winstpunten. Wordt het aantal van tien te selecteren paarden niet gehaald met bovenstaande criteria dan wordt het percentage dusdanig verlaagd tot er wel 10 paarden aangewezen kunnen worden. Ook dan geldt: eerst de paarden met de meeste wedstrijden en dan pas rangschikken op winstpunten. Paarden die op basis van het verlaagde aanwezigheidspercentage aangewezen worden dienen echter wel te voldoen aan de ondergrenseis, te weten; het betreffende paard moet minimaal drie wedstrijden (niet zijnde promotieconcoursen) in de nationale damesklasse van het afgelopen groene seizoen hebben gelopen en daarbij uit de drie wedstrijden in totaal ook minimaal twee winstpunten hebben behaald. Bij een deelnemersaantal lager dan vier mag het kampioenschap niet doorgaan. Selectie geschiedt door het bestuur van VFT.
 
TWEESPANNEN:
In het tweespankampioenschap mogen maximaal 10 tweespannen meedoen. Om als tweespan in aanmerking te komen voor een startplek moet het span qua samenstelling van paarden aan minimaal 70% van de voorafgaand aan het kampioenschap uitgeschreven wedstrijden in de nationale tweespanrubrieken rubrieken zijn geplaatst**. De spannen worden eerst gerangschikt op aantal wedstrijden en dan op winstpunten. Wordt het aantal van tien te selecteren tweespannen niet gehaald met bovenstaande criteria dan wordt het percentage dusdanig verlaagd tot er wel 10 tweespannen aangewezen kunnen worden. Ook dan geldt: eerst de spannen met de meeste wedstrijden en dan pas rangschikken op winstpunten. Spannen die op basis van het verlaagde aanwezigheidspercentage aangewezen worden dienen echter wel te voldoen aan de ondergrenseis, te weten; het betreffende span moet minimaal drie wedstrijden (niet zijnde promotieconcoursen) in de nationale tweespanrubriek van het afgelopen groene seizoen hebben gelopen en daarbij uit de drie wedstrijden in totaal ook minimaal twee winstpunten hebben behaald. Bij een deelnemersaantal lager dan  vier mag het kampioenschap niet doorgaan. Selectie geschiedt door het bestuur van VFT.
 
TANDEMS:
In het tandemkampioenschap mogen maximaal  8 aanspanningen meedoen. Om in aanmerking te komen voor een startplek moet een tandemaanspanning gedurende het lopende groene seizoen minimaal eenmaal hebben deelgenomen aan een wedstrijd met dezelfde twee paarden en daarbij in de einduitslag zijn opgenomen als zijnde geplaatst**. De aanspanningen worden eerst gerangschikt op aantal wedstrijden en daarna op winstpunten. Bij minder dan vier te selecteren combinaties zal het kampioenschap geen doorgang vinden.
 
KLAVERTJE DRIE:
Elk opgegeven klavertje drie aanspanning is startgerechtigd, het maximum aantal dat deel kan nemen is echter 8, mits twee van de drie paarden minimaal drie winstpunten in het enkelspan heeft gehaald. Bij minder dan drie te selecteren combinaties zal het kampioenschap geen doorgang vinden.
 
(FOK)MERRIES:
Startgerechtigd zijn merries die ingeschreven zijn in één der registers van het Koninklijk Friesch Paarden Stamboek. Een merrie die deel wil nemen aan het merriekampioenschap moet minimaal 4 jaar oud zijn, met ingang van 2025 zal dit 5 jaar zijn. Er mogen maximaal 10 aanspanningen meedoen, bij een deelnemersaantal minder dan vier zal het kampioenschap geen doorgang vinden.
 
KFPS-Stamboekhengsten:
Gerechtigd tot deelname zijn hengsten die zijn ingeschreven in het stamboekregister voor hengsten van het Koninklijke Friesch Paarden Stamboek en die een deklicentie hebben voor het KFPS-boek in de hoofdsectie. Stamboekhengsten krijgen bij deelname aan dit kampioenschap géén winstpunten toebedeeld.
Een hengst die deel wil nemen aan het kampioenschap moet minimaal 4 jaar oud zijn, met ingang van 2025 zal dit 5 jaar zijn.
Er mogen maximaal 10 aanspanningen meedoen, bij een deelnemersaantal minder dan vier zal het kampioenschap geen doorgang vinden. Indien het kampioenschap in Leeuwarden plaatsvindt tijdens Indoor Friesland kunnen er andere maximale aantallen van kracht zijn.
 
ONDER HET ZADEL:
Ruiter of amazone moet lid zijn van Vereniging Het Friese Tuigpaard. Er dient bij het deelnemende paard een geldige startpas aangespannen sport aanwezig te zijn. De minimale leeftijd van de ruiter of amazone is 16 jaar. De combinatie moet minimaal 1 keer gestart zijn tijdens een officiële wedstrijd in deze rubriek. 
 
VIERSPANNEN:                   
Elk opgegeven vierspan is startgerechtigd, mits alle paarden beschikken over een geldige startpas. De aanspanningen dienen representatief te zijn en een passend geheel te vormen met rijtuig. De vierspannen dienen voor een net rijtuig te worden gepresenteerd (landauer, spider). Voorwaarde is dat twee van de vier paarden minimaal drie winstpunten in het enkelspan heeft gehaald. Er mogen maximaal 8 aanspanningen meedoen, bij een deelnemersaantal minder dan vier zal het kampioenschap geen doorgang vinden
 



Terug naar overzicht